Monday, February 13, 2006

Stadsbioloog

Zondagmiddag. Vanuit de trein zie ik al dat Amsterdam er grijs en nat bij ligt. Mijn zin om op de Dam te gaan filmen slinkt met de minuut. Echt aanlokkelijk is het niet om in de sneeuw op een winderig plein te gaan staan filmen. Ik besluit te bekijken of ik niet gewoon op het station kan filmen. Daar zijn ten slotte ook toeristen.
Na veel heen en weer geloop kan ik niet besluiten waar ik dan zal filmen, en wat? Er zijn mensen die wachten, de weg zoeken, verdwaald lijken, hard doorlopen, treuzelen, enz. Het is er heel druk. Ik overweeg mijn camera pal te zetten voor de steeds wisselende groep mensen bij het bord met vertrektijden. Durf ik dat? De afstand tussen de mensen en de plek waar ik mijn camera kan zetten is klein, overal lopen NS-mannetjes en vrouwtjes... Ik twijfel en stel uit: 'laat ik toch maar even op de Dam gaan kijken, ik ben er nou toch'. Misschien is die sneeuw niet zo koud als ie eruit ziet.

Zodra ik op de Dam ben weet ik weer waarom ik daar wou filmen. De toeristen zijn geweldig. Poserend of foto's makend, weer of (in dit geval) geen weer: hen ga ik filmen.
Bijkomstig voordeel lijkt me dat het niet opvalt wanneer je op de Dam aan het filmen bent. Hoewel ik de enige ben met een statief, verwacht ik niet dat iemand raar opkijkt of zich iets van mijn camera aantrekt. Hopelijk kan ik dus 'the tourist in it's natural habitat' filmen, zonder dat ik me verdekt hoef op te stellen.
Eigenlijk kun je overal het hele plein overzien. Ik kies voor een plek bijna midden op het plein, mijn gezicht naar het paleis.
Mensen lopen voorbij, maken foto's, poseren, filmen, lachen, bewonderen, haastten, bekijken een plattegrond, kussen, wachten, wandelen, fietsen, eten, voeren duiven. Ik vind het altijd heerlijk om mensen te bekijken, te observeren. Het sneeuwt nog steeds, maar ik merk het eigenlijk niet. Ik sta te observeren. Ik voel me net een stadsbioloog.
Wanneer ik mijn statief pak, merk ik pas dat ik doorweekt ben.
Een paar mensen kijken me gek aan, alsof ze verwachten dat ik van 'De Televisie' ben.
Zodra ik ga filmen merk ik gelijk het probleem: de Dam is te groot. Of mijn zoom te onkrachtig.
Het is maar hoe je het bekjiken wilt. Ik verplaats mijn camera nog wat, maar mensen houden afstand. Ik film verschillende mensen, maar concentreer me vooral op een man die op iets lijkt te wachten en een vrouw die zich vermaakt met de duiven. Allebei duidelijk toeristen.
Mijn filmen schijnt zo interessant te zijn dat mensen foto's van mij maken. Eén jongen filmt mij, dus besluit ik hem te filmen. Recht van voren filmen we elkaar.

In een café met uitzicht op de Dam bekijk ik mijn gefilmde materiaal. Ik wil nog meer filmen maar het wordt al donker buiten. Bovendien merk ik bij het bestellen van een kopje thee dat mijn stem er de brui aan heeft gegeven. Wanneer de cassière opmerkt dat het 'niet zulk mooi weer is om foto's te maken, hè?' kan ik niet anders dan krampachtig glimlachen. Ik stop, ga naar huis.
Vandaag overwoog ik terug te gaan, maar moet toegeven dat ik nu definitief ziek ben. Ik ga het doen met het materiaal dat ik heb. Toch is Amsterdam in de sneeuw is best mooi. Ik word er een beetje nostalgisch van, zoals in die reclame: 'Je bent er vogelvrij, omdat er alles kan, in elk mensenhart, daar vind je Amsterdaaaaam'...

0 Comments:

Post a Comment

<< Home